
Bio-boerderij Landleven
Van oudsher is de boerderij altijd een gemengd bedrijf geweest, met akkerbouw en vee. De mest van de koeien voorzag in het vruchtbaar houden van de akkers, op de armere Groningse zandgrond. Ook nu nog sluiten we op die manier de kringloop zo veel mogelijk. Stro van de granen wordt gebruikt als strooisel voor de koeien. De rijke mest gaat weer het land op om gewassen te voeden.

Biologisch (-dynamisch)
“Vooruit naar vroeger” is een uitspraak die ons erg aanspreekt. Met de kennis van nu maken we de keuze om weer extensiever te werken. Als je begrijpt hoe de natuur in elkaar zit kun je met haar meebewegen, in plaats van haar te willen beheersen. Landbouw blijft altijd een ingreep van de mens, maar door de wetten van de natuur te respecteren creëren we een systeem dat voor beide werkt en volhoudbaar is.
Concreet komt dat er op neer dat we in de akkerbouw geen kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen gebruiken. In plaats daarvan maken we gebruik van o.a. compostthee, wei uit de kaasmakerij en gebruiken we ruwe stalmest. Daarmee voeden we het bodemleven, dat vervolgens een goede voedingsbodem aan het gewas geeft. Hoe beter de bodem, hoe gezonder de plant, hoe gezonder het dier en uiteindelijk de mens.
De koeien op de boerderij worden biologisch dynamisch gehouden. Dat gaat nog een stapje verder dan biologisch. De koeien houden hun horens, hebben meer ruimte in de stal en staan in ons geval veel meer buiten.

Dubbeldoel koeien
Onze koeien zijn mengelmoesjes van verschillende rassen. Door diversiteit in genen krijg je sterke dieren. Ook geven ze naast melk een mooi stukje vlees. Ze blinken niet uit in één van beide, maar vinden een mooie middenweg. Dubbeldoelrassen kunnen goed omgaan met een “schraler” dieet van voornamelijk gras. Ze blijven ook daarmee goed in conditie. Het zijn gezonde, zelfredzame dieren. Een plezier om mee te werken!
Koeien met horens
Op een biodynamische boerderij mogen koeien hun horens houden. Horens zijn een vitaal orgaan van de koe, warm en goed doorbloed. Ze reguleren de warmte en dienen als opslagpunt voor mineralen. Een koe met horens heeft meer ruimte nodig dan een hoornloze koe. In onze ronde 'koepelstal' hebben de koeien ruimte en door de ronde vorm kan een ranglager dier altijd vluchten.

Het zwarte goud
In de winter staan de koeien in de buitenlucht, in de ronde koepelstal. Dit is een potstal, dat wil zeggen dat de lagen mest en stro ‘oppotten’. Twee of drie keer per dag wordt er een schone laag stro in de stal gestrooid zodat de koeien schoon kunnen liggen. De stro zorgt samen met de mest en urine voor een heel mooie potstalmest.
Weidegang
Zodra het gras in het voorjaar begint te groeien gaan de koeien naar buiten. Wat de koeien doen hoeft de boer niet te doen, de koeien voeren zichzelf en ook hun mest brengen ze zelf weg. Vanaf april groeit er meestal voldoende gras om dag en nacht te weiden. Dit gaat zo de hele zomer door. Pas eind oktober, begin november, komende koeien weer op stal.






